Veiligheid versus Vrijheid - Justus Dalstra

In de veiligheidsstudies bestaan er twee soorten veiligheid: subjectieve veiligheid en objectieve veiligheid. Subjectieve veiligheid is hoe veilig men zich voelt, zij focust zich op de subjectieve beleving: gedachten, gevoelens en emoties. Objectieve veiligheid is hoe veilig men daadwerkelijk is: hoe vaak komt een situatie voor?

Subjectieve veiligheid is gemakkelijk te beïnvloeden omdat het inspeelt op gedachten, gevoelens en emotie. De overheid maakt gretig gebruik van de beïnvloedbare mens en hoeft voor volgzaamheid alleen maar een zaadje te planten dat vanzelf zal uitgroeien tot een onderdanige eik.

De overheid heeft de afgelopen twee jaar een narratief gebaseerd op angst gecreëerd door corona te framen als een ernstig gevaar voor de gehele bevolking terwijl dit feitelijk niet juist is - kijk bijvoorbeeld naar Spanje waar men corona nu gaat behandelen als de griep. De subjectieve veiligheid is eerst door de overheid omlaag gehaald om vervolgens met maatregelen te komen die de subjectieve veiligheid vergroten. Maatregelen die het gevoel van veiligheid vergroten onder een groot deel van de bevolking zijn de coronapas en de mondkapjes, echter is dit beide schijnveiligheid.


"De subjectieve veiligheid van de mens neemt toe terwijl de daadwerkelijke objectieve veiligheid gelijk blijft."

De coronapas zou ervoor moeten zorgen dat de besmettingen dalen en het aantal ziekenhuisopnames minder wordt. Dit is echter een totale vorm van schijnveiligheid aangezien wanneer we andere landen observeren die al het zogenoemde 2G systeem of 2G-plus systeem hanteren, we zien dat dit geen dalend effect heeft op de ziekenhuisopnames. Het invoeren van een coronapas en al helemaal het 2G-systeem is een vorm van schijnveiligheid die alleen is gericht op het vergroten van de subjectieve veiligheid in plaats van de objectieve veiligheid.

Hetzelfde geldt voor de mondkapjes, in het begin van de coronacrisis werden mondkapjes gezien als schijnveiligheid en niet nuttig. Toen de overheid inzag dat ze de mondkapjes konden gebruiken als zaadje om angst te zaaien onder de bevolking en urgentie te creëren, bleken deze ineens erg nuttig. Mondkapjes kunnen een klein beetje bescherming bieden tegen infectie en verspreiding (wanneer correct gebruikt en geen jaszak-mondkapje) maar is geïmplementeerd als maatregel omdat een fysiek object als het mondkapje overal aanwezig is. Dit creëert een gevoel van urgentie onder de bevolking. Wanneer je iemand ziet lopen met een mondkapje, word je constant weer herinnerd aan het virus en de “Ernst” daarvan.


Niet alleen de staat moet burgers beschermen, de burgers hebben ook individuele verantwoordelijkheid om zichzelf te beschermen. Verantwoordelijkheid wordt genomen na het maken van een individuele risico-inschatting, veel mensen maken deze afweging en beslissen om toch te gaan winkelen of uit eten te gaan in België.

Veiligheid gaat in de meeste gevallen gepaard met het inleveren van vrijheid, en dat is heel normaal aangezien er zoiets bestaat als een sociaal contract. Maar tegenover het inleveren van vrijheden moet objectieve veiligheid staan. En dat is precies wat nu niet gebeurd, burgers leveren vrijheden in en kregen er schijnveiligheid (subjectieve veiligheid) voor terug in de vorm van een coronapas en mondkapjes.


"De staat slaat door in de mate van bescherming bieden en het aantal vrijheden dat burgers daarvoor moeten inleveren, dit is geheel in lijn met de trend van de afgelopen eeuw dat wij als mens denken dat de wereld maakbaar is en overal invloed op hebben. "

Daarom moet de overheid net als Spanje, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk het roer radicaal omgooien. Risico´s durven ze wel te nemen, dat zagen we aan de preventieve lockdown met de opmars van de Omicron variant. De overheid moet nu weer een risico nemen en net als Spanje en Denemarken corona als een griep gaan beschouwen, zonder nutteloze coronatoegangsbewijzen, zonder niet werkende mondkapjes en zonder het vaccineren van risicoloze groepen.

Justus Dalstra - student Security Studies & Politicologie aan de Universiteit Leiden