Vrijheid: Een Filosofische Reflectie - Arjuna van Nispen

Mijn pad binnen de filosofie begon toen ik in aanraking kwam met het figuur Socrates. Socrates, voor diegenen die hem niet kennen, richtte zich op het constante debat. Dit deed hij door naar een open plaats te gaan en mensen die beweerden iets zeker te weten simpelweg te bevragen. Uiteindelijk kwam hij er na een constante stroom van vragen achter dat men niets zeker kan weten. Deze manier van bevragen is later aangeduid met de Socratische methode. Met deze methode streeft men naar perfecte kennis, ofwel perfectie. Het zeer nobele doel van Socrates is en blijft echter onmogelijk te bereiken. Waarom? Ik hoor het je vragen. De reden dat het doel van Socrates onmogelijk is, is omdat perfectie iets is wat niet tastbaar is in de materiële wereld van het zijn. In de materiële wereld kunnen we slechts een schim; een afleiding; een allegorie zien van het perfecte beeld, idee of concept. Nu wil dit niet zeggen dat we geen poging moeten doen om perfectie te beschrijven. Vandaar dit stuk over vrijheid.


Vrijheid, net zoals vele andere concepten, is iets wat eigenlijk niet materieel bestaat, echter hechten we toch heel veel waarde aan dit concept. Maar wat is vrijheid nou eigenlijk?

Zoals Socrates zelf heeft ondervonden, kan ik ook slechts een schim tonen van het perfecte concept vrijheid. Vrijheid is voor mij opgedeeld in twee delen. Ten eerste hebben we materiële vrijheid en ten tweede persoonlijke vrijheid. Materiële vrijheid kunnen we het beste omschrijven als de mogelijkheid die we hebben om acties te ondernemen en te handelen naar gedachten met het fysieke aspect van het leven, namelijk het lichaam. Persoonlijke vrijheid, aan de andere kant, is het vrij mogen en kunnen denken alvorens men handelt met het fysieke lichaam. Als we de connectie tussen de twee delen van vrijheid willen waarnemen, dan kunnen we ons het best eerst focussen op hoe men denkt. Denken, ofwel gedachten en ideeën zijn per definitie perfect. Deze zijn perfect omdat ze nog niet getoetst zijn aan de imperfecte materiële wereld. Wanneer een idee ontstaat binnen de vrije menselijke geest, is er nog geen tegengeluid geweest, behalve het tegengeluid van andere sub-ideeën die het hoofdidee fijn slijpen, opdat het volwaardig de overgang kan maken van een persoonlijk vrij idee tot een materiële vrije handeling. Het idee zelf heeft dus binnen de persoonlijke vrijheid van denken in principe geen tegengeluid en kan hierdoor worden beschouwd als in het geheel van denken perfect.



"In een gezonde samenleving is dit hetgeen dat we dagelijks terugzien: het respecteren van elkaars materiële vrijheid en daarmee de handelingen ten gevolge van gedachten."




Wanneer een gedachte wordt uitgesproken, dan wordt de gedachte een vorm van materiële vrijheid. Dit is omdat men handelt door het uit te spreken. Er is dus sprake van causaliteit. Vaak is het zo dat wanneer deze causaliteit plaatsvindt, de materiële vrijheid in botsing komt met de materiële vrijheid van een ander. Dit is geen onoverkomelijk probleem wanneer de mensen die zich uitspreken elkaar respecteren in hun materiële vrijheid. In een gezonde samenleving is dit hetgeen dat we dagelijks terugzien: het respecteren van elkaars materiële vrijheid en daarmee de handelingen ten gevolge van gedachten. Echter, als een ander beweert dat de materiële vrijheid van een of ander hem of haar schaadt, weigert hij daarmee het concept van materiële vrijheid. Hiermee beperkt diegene die de schade beweert te hebben zowel haar eigen vrijheid als die van de uitspreker. Het respect verwatert en er worden nu eisen gesteld aan wat men wel of niet kan zeggen. Dit is wat we nu grootschalig zien. Vanaf dit punt wordt de materiële vrijheid in het nauw gedreven. We zien dit terug op heel veel gebieden; van politiek tot wetenschap tot aan seksuele voorkeuren. Waar dit toe leidt, is een vorm van ‘cancel culture’. Hetgeen dat is ontstaan door het niet respecteren van een ander zijn materiële vrijheid. Dit vormt een sociale druk op de materiële vrijheid, omdat zij eerst moet worden getoetst aan ''het maatschappelijk acceptabel' ofwel 'de sociaal maatschappelijke norm'. Nu ben je altijd nog steeds niet beperkt in de persoonlijke vrijheid om te denken wat men wil. Het is echter zo dat als deze gedachte toch wordt uitgesproken, die tegen de sociale maatschappelijke norm ingaat, het gevolgen zal hebben voor de uitspreker in je sociale kringen en deze beperkt daarmee de uitsprekers materiële vrijheid.


Wat de coronapas doet, is de materiële vrijheid vrijwel onmogelijk maken.

Toch zijn we al langer bekend met het fenomeen ‘cancel culture’ en dit is ook makkelijker om mee te leven dan een nieuw fenomeen dat zich nu voordoet. In een maatschappij van ‘cancel culture’ is nog steeds causaliteit waar te nemen, zijnde ik zeg iets en iemand anders vindt dit aanstootgevend of gewoonweg onacceptabel. Dit leidt tot inperking van mijn materiële vrijheid en verder tot gevolgen binnen sociale kringen. Hetgeen wat zich nu voordoet is echter veel extremer, namelijk de materiële vrijheid wordt al ingeperkt of zelfs ontnomen voordat men een handeling van materiële aard onderneemt. Dit gebeurt bij de maatregelen omtrent corona, zoals een coronapas. Voordat er een causaal verband tussen persoonlijke vrijheid naar materiële vrijheid plaatsvindt, wordt de materiële vrijheid al beperkt. Oftewel de regels zijn al bepaald voordat je je kunt uitspreken. Wat de coronapas doet, is de materiële vrijheid vrijwel onmogelijk maken. Wanneer ik me zou willen uitspreken op bepaalde plekken, dan is dit onder de voorwaarde dat ik mijn vrijheid tijdelijk inlever ofwel ruil. Nu weet iedereen uiteraard: ‘van ruilen komt huilen’, zoals men in de volksmond vaak zegt, wat duidt op een negatief gevolg. Als je hier goed naar kijkt dan kan men zien dat we in een paradox zijn beland, als wij ons vrij en kritisch willen uiten dan moet dit in totale vrijheid plaatsvinden, op een andere manier is goede kritiek niet mogelijk. Echter is de paradox dat je jouw persoonlijke vrijheid eerst moet opofferen, voordat je de mogelijkheid om je vrijuit te spreken krijgt op locaties waar een coronapas van kracht is. Kortom lever je vrijheid in om je vrij te voelen en uiten. Dit is onmogelijk, schijnvrijheid valt niet meer onder het kopje of concept vrijheid.


Het moraal van dit stuk is dan ook, laat dit niet gebeuren. Ga niet naar plekken waar de materiële vrijheid wordt ontnomen en spreek je uit tegen de groei van het aantal plekken waar dit gebeurt. Op momenten dat de materiële vrijheid ontnomen wordt, is het gehele bestaan van vrijheid in het nauw gedreven en vraagt zij om actie die de materiële vrijheid weer terug zal winnen. Zij roept als het ware tegen ons: kom in actie! Als je het toelaat dat je hand wordt weggegeven, dan zal de arm snel volgen. Uiteindelijk wordt het dan overal een plaats waar men vrijheid inruilt voor schijnvrijheid.


Nu wil ik niet eindigen in mineur. Hoe lossen we dit op? Eigenlijk vrij simpel, accepteer de ander en zijn of haar materiële vrijheid. Gevaccineerd of ongevaccineerd, linkse of rechtse politieke voorkeur, religieus of atheïst. Het respecteren van de vrijheid van een ander is de basis voor jouw eigen vrijheid. Pas wanneer je zelf iets onacceptabel vindt of aanstootgevend zie je pas dat je zowel de vrijheid van een ander beperkt als die van jezelf. Behandel daarom een ander altijd zoals jezelf behandeld wilt worden, dan kan je ook vrijwel nooit in jouw vrijheid beperkt worden.


Arjuna van Nispen – Student aan de Vrije Universiteit te Amsterdam