De herstart van de geschiedenis: het ongelijk van Fukuyama - Lászlo Marácz

In 1989, tijdens de val van het communisme, betoogde de bekende Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama dat er een einde was gekomen aan de geschiedenis van de mensheid. De grote ideologische tegenspeler van het Westerse libera­lisme in de Koude Oorlog, het communisme, stortte in elkaar, eerst in Midden- en Oost-Europa en later ook in de ba­kermat van het communisme, de Sovjet-Unie.

Fukuyama voorspelde dat er geen alternatief zou zijn voor de liberale democratie nu het laatste totalitaire systeem definitief verslagen was. Hiermee was volgens hem het einde van de geschiedenis bereikt. De paradijselijke toestand op aarde was aangebroken. Vrijheid en vrede zouden door de hele wereld omarmd worden en iedereen zou daar deelgenoot van zijn, luidde het nieuwe idealisme. Volgens Fukuyama zou het dagelijks leven verworden tot saaiheid, verveling en doelloosheid. Er was immers niets meer om voor te strijden. In deze column betogen we het ongelijk van Fukuyama.


Communisme


We zijn haast vergeten hoe een totalitair systeem, zoals het communisme er par excellence een van was, er uitzag. Er was geen pluriforme democratie. De communistische staat kende een machtsmonopolie van de communisti­sche partij dat zich over alle geledingen van de samenleving uitstrekte. De leidende partij van de communistische samenleving was een spin in het web die over elk facet van het dagelijkse leven heerste en wel van de wieg tot het graf. De communistische partij werd in haar greep over de samenleving gesteund door de politie en de veiligheidsdiensten. Bovendien was er een uitgebreid netwerk van verklikkers. Deze werden gerekruteerd uit de bur­gerbevolking. In het Roemenië van Ceaucescu was ongeveer een op de drie burgers informant van de gehate veiligheidsdienst, de Securitate. Er was weinig dat de machthebbers ontging. Er mocht in de communistische sa­menleving wel wat gediscussieerd worden maar als er door de hogere orga­nen van de communistische partij een beslissing was genomen, moest ieder­ een er zich aan houden. Er gold een stalen partijdiscipline. Afwijkende opinies werden niet getolereerd. In de Sovjet-Unie werden dissidenten verbannen naar de concentratiekampen in Siberië. Dissidente en non-conformistische opinies konden alleen ondergronds geuit worden. Vandaar dat literatuur en boeken in het geheim werden gepubliceerd, de zogeheten Samizdat. Deze Samizdat-publicaties vonden gretig aftrek op verlaten metrostations. Econo­mische activiteiten werden door de staat gepland. De economie was een commando-economie die top-down aangestuurd werd. De planeconomie maakte voortdurend foute berekeningen waardoor er geregeld tekorten ontstonden. Met de vernietiging van de boerenstand braken er hongersno­den uit, wat in de jaren dertig op het Oekraïense platteland leidde tot zes miljoen doden. De Sovjet-Unie moest in de jaren zeventig zelfs graan impor­teren uit het Westen om de eigen bevolking te kunnen voeden. De belofte van de paradijselijke toestand met gelijkheid van iedereen en een commu­nistische samenleving zonder tekorten legitimeerde het systeem en was de centrale geloofstelling. Deze werd dag-in-dag-uit via de kanalen van de staatspropaganda herhaald.


Het einde


De onbereikbaarheid van het ideaal bleek na verloop van tijd de achilleshiel van het systeem. Er waren aan het eind van de rit nog maar weinig commu­nisten die in dit ideaal geloofden. Als gevolg hiervan verschrompelde ook de internationalistische communistische beweging, die aanvankelijk het com­munisme agressief wereldwijd promootte. Verzet tegen de onderdrukking, verzet tegen mensenrechten- en burgerrechtschendingen werd militair hard neergeslagen. De opstanden in Hongarije 1956, Tsjecho-Slowakije 1968 en de staat van beleg in Polen in 1980 waarvan slechts ‘socialisme met een menselijk gezicht’, een soort derde weg tussen het kapitalisme en commu­nisme de inzet was, eisten dodelijke slachtoffers. Vele burgers probeerden aan het systeem te ontsnappen door naar het Westen te vluchten, wat in sommige gevallen met veel gevaar voor eigen leven ook lukte. Het systeem kwam tot stilstand omdat het draagvlak steeds kleiner en kleiner werd, de fanatieke overtuigingsdrang van communistische hardliners langzaam we­gebde, en het cynisme ging overheersen. Er waren eenvoudigweg steeds minder gewone burgers die geloofden dat het communisme nog iets goeds zou brengen. Toen de Sovjet-Russische partijleider Michail Gorbatsjov in de tweede helft van de jaren tachtig erkende dat het communistische systeem was vastgelopen, duurde het niet lang voordat burgers hun angst overwonnen en massaal de straat opgingen. Het systeem dat jarenlang onoverwin­nelijk leek te zijn, bleek een lege dop en stortte als een kaartenhuis ineen.

De herstart van de geschiedenis


Fukuyama’s enthousiasme voor ‘The End of History’ was begrijpelijk. Een verderfelijk totalitair, anti-humaan systeem zoals hierboven kort beschreven, werd net zoals het fascisme in de Tweede Wereldoorlog verslagen. In de euforie over de val van het communisme was er een onbegrensd geloof dat het liberalisme aan een wereldwijde zegetocht bezig was. Fukuyama voor­spelde dat het leven zonder de strijd voor vrijheid, die slechts in musea nog te bezichtigen zou zijn, heel erg saai zou worden en aanleiding zou geven tot tomeloos hedonisme. Inmiddels observeren we iets heel anders en is Fukuyama’s zoete droom uiteengespat. Er is in vele staten in Europa, ook binnen en buiten de Europese Unie, een terugval van de liberaal-democrati­sche waarden en normen te zien en een aantal staten koerst op een ‘onlibe­raal’ kompas dat eerder op de autoritaire systemen lijkt van het Interbellum, die rimpelloos overgingen in het fascisme. China is politiek gezien onvrij en er wordt druk geëxperimenteerd met het sociale kredietsysteem. Lastige burgers die niet doen wat de Chinese Communistische Partij wil, krijgen ‘strafpunten’ en mogen dan niet reizen, geen beroep doen op burgerrechten, geen horecalokaliteiten bezoeken, geen bezoek ontvangen, de sportschool niet gebruiken, geen sportlocaties en geen niet-essentiële winkels bezoeken, etc. Tijdens de Covidcrisis wordt ook in het liberale Westen de individuele zelfbeschikking, de kern van het liberalisme, uitgehold met vaccinatiedwang en -verplichtingen, en QR-codes. Het is niet moeilijk om te voorspellen, nu het liberalisme in een wereldwijde crisis terecht gekomen is, dat de geschie­denis een herstart zal maken. De strijd voor vrijheid zal vanzelf weer een essentieel onderdeel worden van de globale samenleving. Een aardige bij­komstigheid hiervan is dat de saaiheid en zinloosheid van het leven zoals Fukuyama dat voorzag, ook weer zal verdwijnen. Er is weer een doel waarvoor het waard is om je in te zetten: vrijheid.


Prof.dr. László Marácz – Professor aan de Universiteit van Amsterdam












Dit artikel was reeds gepubliceerd in Armex. Het is met toestemming van zowel Armex als van prof.dr. László Marácz overgenomen.